Canada tales
Vanaf 1 januari ben ik in Toronto gaan wonen om aan de University of Toronto te studeren. Via deze link kun je mijn verhalen daarover lezen.
Suzan
Vanaf 1 januari ben ik in Toronto gaan wonen om aan de University of Toronto te studeren. Via deze link kun je mijn verhalen daarover lezen.
Suzan
Over een slechte restaurateur:
Deze nam het [schilderij] mee naar de keuken en een flinke borstel met Vim verrichtte wonderen. Na vijf minuten kwam de pate (een onderlaag die op een paneel of doek wordt aangebracht) overal doorheen gluren en pas nadat het werk tot op het paneel kaal was, werd de schoonmaak gestaakt! Toen was het absoluut schoon en was er niets meer af te krijgen en de zindelijke huisvrouw kon het paneel gaan gebruiken om de spinazie op te hakken!
Uit: Kluchten en drama's in den kunsthandel (1943), Inge Wijde
Over provo's in de jaren '60:
'In de centra Paradiso en Fantasia zat het elk weekend stampvol: bands, vloeistofdia's, naaktshows en op de achtergrond de film 'Koningin Juliana bezoekt Zierikzee'.
Uit: Een kleine geschiedenis van Amsterdam (1995), Geert Mak.
In opdracht van de Universiteit van Amsterdam heb ik in het kort mijn ervaringen met het China Study Summer Programme, Xiamen University, juli 2010, opgesteld.
Als kunstgeschiedenisstudent wilde ik een uitstap maken naareen compleet andere cultuur; dat is gelukt. Met het China Study SummerProgramme aan Xiamen University als vooruitzicht ben ik naar China gegaan. Kortvan te voren besloten, 10,2 kg op mijn rug (10,2 kg mevrouw? En u vliegt naarChina? zei de mevrouw bij het inchecken met een gefronst voorhoofd) en mijnziel onder de arm stond ik bij de gate te wachten.
Alsof de wereld nog nietklein genoeg was ontmoette ik daar al een leuke student van Xiamen University(erg toevallig, want ik vloog naar Beijing en dat is niet exact bij Xiamennaast de deur) die me het nodige kon vertellen over wat me te wachten stond. Zehad zelf net een half jaar in Utrecht gestudeerd – dus een heleboelgespreksstof. Natuurlijk wilde ik weten wat haar was opgevallen aan Nederland.‘Jullie winkels sluiten zo vroeg! Ik kwam hier aan en om 18 uur kon ik al niksmeer kopen!’ Tja… wij maken in Nederland al ruzie om winkelen op zondag. Ikkeek alvast uit naar het avondwinkelen in China.
Na een fantastische tijd in Beijing begon het echte werk;naar de universiteit in dit land. Ervaring met mis- of geen communicaties hadik inmiddels al opgedaan, alles wat je over moeilijke communicatie in China zegtis eigenlijk een understatement. Het is écht heel lastig. Een groot deel van deChinezen is vrij verlegen, een bijzonder klein deel spreekt Engels en zelfs alsleergierige student kom je er echt niet uit met je taalgids.
Toen ik met eenstudent in Beijing aan het oefenen was schijn ik de nodige keren gezegd tehebben: ‘Ik heb Suzan’. Nog niks vergeleken met een heerlijke anekdote die mijngoede, prettig gestoorde docent Chinees vertelde over iemand. In het Chineeslijken de woorden ‘panda’ en ‘borsthaar’ erg veel op elkaar (ze verschillenalleen in toon, niet in spelling in ons alfabet), en iemand had aan detaxichauffeur gezegd dat hij borsthaar wilde zien, in plaats van de panda’s. Enals je ‘mag ik iets vragen’ in de verkeerde toon zegt, kun je zomaar ‘mag ik jezoenen’ over je lippen laten rollen. Die laatste fout kun je natuurlijk ookmisbruiken als student Chinees.
Inmiddels zit ik met een hoog dichtgeritst vest en warmesokken mijn ervaringen te pennen, maar de onwaarschijnlijke hitte in Xiamenvalt niet te negeren. Xiamen University heeft een prachtige campus met eengrote diversiteit aan planten, maar als je door dit heerlijks van gebouw naargebouw loopt breekt je spontaan het zweet uit. Door de hoge luchtvochtigheid ishet zelfs in de schaduw eigenlijk te warm.
Om te overleven in dit klimaat ishet zaak dat je er op de eerste plaats aan probeert te wennen, daarnaast is hetbelangrijk om binnen vooral de airco niet te koud te zetten, 26 graden isperfect. Na Xiamen ben ik naar Hong Kong gereisd en die stad omarmt de airco.Ik ben er daar flink verkouden van geworden. Toen ik terug kwam las ik ook inde krant dat airco verslavend kan werken en dat je dat maar beter niet kuntworden.
Over het academische klimaat valt ook veel te zeggen. Dedocenten, de mijne hadden allen ook een deel van hun studie in een westers landgedaan, weten de verschillen tussen de Chinese en de Westerse studenten. Mijnvoorstelling was dat ik stil op een stoel aantekeningen zou maken van wat dedocent te zeggen had. Dit was echter helemaal niet zo. Voor het Chinees lerenis veel interactie natuurlijk essentieel, maar toen de leraar Economie vanChina vertelde dat hij vooral wilde dat we interrumpeerden en in discussiegingen, was ik enigszins verbaasd.
Het klonk goed, maar de lessen zelf warentoch vrij conservatief. In Amsterdam moét je kritisch zijn, als je ietsklakkeloos aanneemt wordt je werk niet serieus genomen. In Xiamen leek hetalsof het ook zo was, maar viel het toch tegen. Onze docent gaf bijvoorbeeldwel toe dat de keuze voor het communisme geen goede was. Er was geen motivatietot werken, de regering kon het volk niet van voldoende voedsel voorzien. Maarde nodige kritische noten werden weggewuifd en na een tijdje dacht ik;misschien moet ik het nog maar eens in Nederland nalezen (op Wikipedia is geenoptie; die website is geblokkeerd, net als Facebook en Twitter. Waar moet het heenmet je leven?).
Ondanks de soms wat on-academische lessen heb ik veel geleerd.Want waar kun je nu meer over de cultuur, omgeving en mentaliteit van Chinaleren dan in China zelf? Ik heb het land vijf weken lang ervaren en hier alleenmaar goede herinneringen aan over gehouden. Het land fascineert en inspireert.
Nu ik terug ben in Nederland troost ik mezelf met het BA-vak ‘HedendaagseChinese Cultuur’. Geweldig om de Chinese en Nederlandse visie over dezelfdeonderwerpen te krijgen en colleges met elkaar te vergelijken. De reist leeftdoor, ik kan iedereen met doorzettingsvermogen en een beetje moed aanraden ditpad ook eens te betreden.
Bereid je goed voor op je terugkomst, want als iemand vraagt‘hoe was het?’, weet je absoluut niet waar je moet beginnen…
Suzan Derksen
Op zondag, de derde dag, moest ik toch even toegeven aan mijn vermoeidheid. 's Ochtends vroeg heb ik met Ruben zijn Chinese huisgenoot uitgezwaaid, ze ging na een jaar in Beijing te hebben gestudeerd weer terug naar het thuisfront. Toen ik 's middags in het hostel aankwam wilde ik meteen slapen. Ik had een bed in een vierpersoonskamer geboekt. Toen ik binnenkwam, lagen er drie mensen te slapen. Ook een jetlag misschien?
In de namiddag heb ik geprobeerd wat te winkelen. Overal is Engelse muziek, nog steeds geen persoon die Engels spreekt. Misschien had ik eerst mijn cursus aan Xiamen University moeten doen en vervolgens gaan reizen. Met wat rekenmachines om prijzen te tonen, wat goedbedoelde blikken en wat doorzettingsvermogen heb ik een hemd en twee tassen gekocht. Je kunt zo een hele middag doorbrengen zonder een woord te spreken als je in je eentje reist.
Natuurlijk kon ik 's avonds niet slapen omdat ik 's middags had geslapen. Mijn, Nederlandse bleek, kamergenoten hadden hetzelfde. Zij reisden met z'n drieen, ze studeerden University College in Utrecht. We praatten tot in de nacht en bleven vervolgens veel te lang in bed liggen. Niet zo slim, maar wel gezellig.
Suzan
Tja, dat is toch een tijdje geleden dat ik geschreven heb. Omdat het hostelinternet niet helemaal meewerkte, maar ook omdat ik hier opgeslokt ben door alles. Het is zo geweldig hier! De eerste dag ben ik met Ruben en zijn Chinese huisgenoot naar een ticketoffice gegaan om een treinticket naar Shanghai te boeken. Het zag er werkelijk niet uit daar, oud, klein, vervallen, absoluut een groot verschil met de Nederlandse reisbureaus of de NS. Ook hier, geen woord Engels. Ik hoorde van alles, maar niets bekends. Ik kreeg vertaald dat alle treintickets waren uitverkocht t/m 13 juli, in verband met de World Expo was er een ware run op vervoer naar Shanghai. Dat was nogal een probleem, want mijn cursus aan Xiamen University begint al op 12 juli. Dus, of vliegen, of… tja, iets. Ik heb besloten langer in Beijing te blijven en iets eerder dan gepland naar Xiamen te vliegen. Ik kon ook een treinticket naar Xiamen krijgen, maar dat zou dan een hardseat zijn, en een reis van vierentwintig uur. Liever niet. Shanghai gaat helaas aan mijn neus voorbij. Maar ik kom hier terug, ik weet het zeker.
Ik heb ontbeten in een restaurant met rijstpapachtige gerechten als specialiteit. Met niks in Nederland te vergelijken, maar werkelijk heerlijk. Een koude brei met allerlei tropische vruchten erin was mijn keuze, maar er stonden ook hartige warme gerechten op het menu. Ruben en zijn huisgenoot moesten studeren, dus in mijn eentje reisde ik af naar het Summer Palace, een prachtige plek. Een toeristische plek ook, maar in China heb ik so far niet veel westerse toeristen ontmoet, vooral Aziatische. De meest interessante attractie was ik daar, hele studentengroepen wilden met me op de foto. Ze vroegen waar ik vandaan kwam, toen ik vertelde dat ik Nederlands was werd ik gefeliciteerd met de overwinning op Brazilie. Zelf had ik helaas de match gemist omdat ik in het vliegtuig zat.
Ruben had 's avonds met vrienden afgesproken, en zijn huisgenoot wilde graag met mij uit eten en de match tussen Duitsland en Argentinie te kijken met een Chinese vriend van haar die in Delft had gestudeerd omdat die vrij goed Engels kon. Echter, haar eigen Engels was niet zo goed, dus het lukte haar niet het aan mij te vragen. Creatief moet je in China zijn, dus ze belde Ruben om haar plannen in het Chinees uit te leggen, en daarna gaf ze mij de telefoon om Ruben het aan mij te laten uitleggen. Het was heel bizar om heel enthousiast tegen Ruben te zeggen dat ik wel met haar wilde eten, en dat Ruben dat vervolgens aan haar vertelde en we elkaar daarna pas een begrijpende knik konden geven.
Na het eten met het nodige geknutselde Engels voegde Ruben zich weer bij ons, en ook de Chinese jongen ging mee naar het café om voetbal te kijken. Behalve Ruben en ik waren er alleen Chinezen, en reken maar dat ze heel graag de match wilden kijken. Het cafe was groot, maar alle goede plekken waren al bezet. De match begon, na afloop was ik doof. Het was ongelooflijk hoe hard de Chinese meisjes gilden als de bal ook maar een beetje in de buurt van het doel kwam. We dronken lavendelijsthee en juichten mee.
's Nachts belde ik het Red Lantern Hostel om de rest van mijn reis daar te verblijven. Ruben had van vrienden gehoord dat het een mooi Chinees hostel in het centrum was, met een mooie tuin.
Suzan
Ik wilde de buitenwereld op de hoogte houden via Twitter en Facebook. Tot mijn teleurstelling zijn die websites hier geblokkeerd, ik ben dus gedoemd op mijn oude media over te stappen: web-log en hyves. Welkom in China.
Het was een zware reis van 22 uur om hier te komen. Ik had een tussenstop op Moskou, een plek met een hoge concentratie onvriendelijke en ongeinspireerde mensen. Het eerste dat me er doorheen heeft gesleept was de 3D televisie die er hing. 3D, en dan zonder brilletjes, wel van gehoord, maar nooit gezien. Het tweede en derde dat me er doorheen heeft gesleept zijn Esther en Sarah. Op Schiphol had ik ze al ontmoet. Esther, een Klassieke Talen student uit Leiden, ze gaat een taalcursus Mandarijn doen, Sarah (haar Engelse naam), een Chinees meisje dat een half jaar in Utrecht had gestudeerd en nu terug naar huis ging. We vlogen naar Beijing, maar Sarah was op doorreis naar haar eigen Universiteit, Xiamen! Dat is waar ik 12 t/m 31 juli ook ga studeren. Erg toevallig!
Bij de overstap meende ik opgepikt te hebben dat we naar Gate 10 moesten. We liepen, liepen, liepen. Op de borden stonden steeds lagere getallen, maar dichtbij de tien kwamen we niet. We eindigden bij een verdacht leeg en nieuw deel, bij 32. Lager bestond niet. Toen we weer in een enigszins bevolkt gedeelte kwamen beseften we ons dat we per ongeluk door een poortje waren gelopen dat aangaf dat er geen toegang was. Oops.
Het hele gedoe heeft ons zo'n driekwartier beziggehouden. We hadden nog zo'n zeven uur wachten te gaan. We hebben op de granieten vloer geprobeerd te slapen (het was 5:00 's nachts), minstens twintig parfums geprobeerd, matrouska's in- en uit elkaar geklikt, de nodige dure cremes uitgeprobeerd en Sarah heeft wat Chinese les gegeven.
Uiteindelijk zaten we in het vliegtuig met een zeer hoog percentage Chinezen. Aeroflot liet me al wat wennen door Chinese maaltijden te serveren, en het een en ander in het Chinees om te roepen. Om een uur 's nachts landde het vliegtuig. Esther werd opgehaald door haar gastgezin, ik zou met Sarah een taxi delen. Dat was nog een feest. De chauffeur werkte nog niet zo lang, en hij wist niet precies waar het was. De GPS ging aan. Door het Chinees dat de chauffeur en Sarah met elkaar praatten op luide toon, praatte nu nog een snelle GPS-mevrouw heen. Alsof het nog niet genoeg was, belde de chauffeur geregeld met een collega en stopte hij enkele keren om aan mensen de weg te vragen. Bizar, maar als je weet dat Beijing zo groot is als heel Belgie, is het beter te begrijpen. Het Mandarijn overigens niet. So far: lost in translation, ik kan het niet anders zeggen. Italianen en Spanjaarden spreken geen Engels, maar Chinezen spreken pas echt geen Engels. Ook niet de mensen in uniform, ook niet de mensen bij ticket offices, ook niet de mensen op het vliegveld, en de taxichauffeurs al helemaal niet. Als je geen adres in karakters hebt, weten ze niet waar je naartoe wil.
Dank god voor:
-Sarah (die 'translation' studeert en dus wel Engels kon),
-de Lonely Planet met adressen in Chinese karakters en
-Ruben en zijn huisgenoot. Zij hebben me om drie uur 's nachts bij de taxi opgehaald en welkom ontvangen.
Suzan
Het klinkt misschien een beetje raar, maar ik heb rupsen besteld. Goudvissen vind ik te saai, voor een hond heb ik geen tijd. Rupsen zijn bijzonder, ze zijn stuk voor stuk mysteries en wonderen. Vastberaden ben ik om hen, nu nog kruipende creaturen, over een tijd vrij te laten. Met een goed stel vleugels, dolgelukkig en vol goede herinneringen aan hun jeugd. Hier lees je de brieven aan mijn rupsen.
Lieve vlinders,
Nu een brief aan jullie vlinders; de zeventien rupsen zijn inmiddels allemaal poppen geworden dus hen zal ik niet aanschrijven. Jullie zijn met zijn vijven, ik kreeg jullie toen jullie nog vijf poppen waren. Fijn dat jullie ondanks jullie reis toch genoeg rust hebben gehad om tot prachtige vlinders te verworden.
Jullie hebben meer persoonlijkheid dan rupsen, moet ik zeggen. Zo is er een kamikazevlinder die ik in de vorige brief al heb beschreven. Zij die meteen in de honingdrank dook en er een paar plakkerige verschrompelde vleugels vanaf kwam. Het mag een wonder heten dat deze dame nog leeft. Toen ik gisteren een bakje honingwater met daarin een spons zette liet zij zich er meteen weer invallen; ze had ook niks geleerd. Echter nu gaf het niet; in een spons kun je nu eenmaal niet verzuipen. Mevrouw Kamikaze heeft als enige behoorlijk getankt met haar dunne zwarte vlinderslurfje.
Dan hebben we het individu Aletta Jacobs. Waarom ik deze vlinder zo noem; ik had ooit een discussie met een studiegenoot over vrouwen en studeren. Ik zei tegen haar: ik hou van studeren, maar ik denk dat als ik in de tijd van Aletta Jacobs leefde waarin er geen vrouw was die studeerde, ik er niet opgekomen was om toch te proberen te mogen studeren. Ik was waarschijnlijk lekker kindertjes gaan opvoeden. Zij kon ab-so-luut niet geloven dat ik er zo over dacht en zij wist zeker dat ze wel had willen studeren in die tijd. Prima.
Nu over mijn gevleugelde Aletta Jacobs: zij heeft gereisd in een petrischaaltje in een bubbeltjesenvelop. Zij kwam ter wereld in een zwarte afwasbak met wat takjes, blaadjes en een vloer van keukenpapier. Je zou denken dat zo’n schepsel niet beter zou weten en braaf haar honingwater zou drinken. Toch begrijpt deze mevrouw het wanneer ik haar dak van tule even openschuif. Zij komt in actie, zij wil de wijde wereld in. Zelfs het mannetje blijft op zijn plek. Maar ik moet Aletta tegenhouden, hoezeer ik haar intelligentie ook waardeer. Het is buiten echt te koud voor haar.
Vlinders, de eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat rupsen er ook wat van kunnen. Een daad van een nu verpopte rups is mij zeer bijgebleven. Hij wandelde terug van zijn uitstapje tegen de wand van de wasbak. Hij kwam weer met zijn pootjes op de bodem terecht, toen hij wat poepjes tegenkwam. Geloof me of niet: hij pakte een poepje op en gooide het een paar centimeter verderop! Wilde hij volleyballen? Was het een schoonmaakactie? Of was hij gewoon een relschopper? Wie zal het zeggen…
Suzan
P.s.: Wees trots op jullie drie paar slanke modellenbenen; ik weet wat voor zomperige plakpoten jullie eerst onder jullie mollige lijven hadden!
Als je meer foto’s wilt zien moet je me toevoegen op Facebook en kijken in het album: ‘Eitjes, rupsen, poppen… En wachten’
Het klinkt misschien een beetje raar, maar ik heb rupsen besteld. Goudvissen vind ik te saai, voor een hond heb ik geen tijd. Rupsen zijn bijzonder, ze zijn stuk voor stuk mysteries en wonderen. Vastberaden ben ik om hen, nu nog kruipende creaturen, over een tijd vrij te laten. Met een goed stel vleugels, dolgelukkig en vol goede herinneringen aan hun jeugd. Hier lees je de brieven aan mijn rupsen.
Lieve rupsen en… ,
Terug in Amsterdam! Terug bij het feest van eitjes, poppen en rupsen. En: VLINDERS! Drie koolwitjes zaten als drie spekhangende kleuters tegen het gaas. Snel maakte ik een drankje van water en honing in een petrischaaltje. Voorzichtig zette ik het schaaltje in jullie verblijf. Ik observeerde de minirupsjes die net uit hun eitjes waren gekropen, toen ik ineens een wegloper snapte. In paniek zette ik die weer met een penseel – nou ja, een grove kwast – in je huis.
Drenkeling! Paniek, medelijden, reddingsactie. Wat ben ik een druif. Ik had een sponsje in het petrischaaltje met de godendrank moeten leggen, want nu heb ik bijna een vlinder vermoord. De arme verzopene lag met een vleugel volledig in het zoete water. Met een duwtje in de goede richting heb ik haar kunnen redden. Maar voor hoe lang? Ze zal wel plakkerige vleugels hebben. Nou ja, survival of the fittest zullen we maar zeggen, want de andere twee dames hebben zich niet aan het zwembad gewaagd. Hoe zoet de verleiding ook rook…
Een beetje beduusd van mijn onoplettendheid heb ik de schone was gevouwen. Op weg naar de badkamer ontdekte ik: een man! In een enorm tempo was er een prachtig nieuw koolwitje uit zijn omhulsel gekropen. Hij is te onderscheiden van het vrouwvolk door zijn gebrek aan zwarte stippen; het andere geslacht is versierd met twee stippen op iedere vleugel. Meneer hing lekker tussen de vrouwtjes aan het gaas. Eveneens op de kop; wat een dolle pret.
De rupsen kruipen vrolijk verder. Een brutale hond kruipt het petrischaaltje met de twee overgebleven poppen in, over een pop kruipt hij nu… Het leeft! De poppen aan het dansen, ongelooflijk! Alsof er elektrische schokjes door de pop heengaan beweegt het onbeduidende projectiel zich. De rups laat het zich gebeuren en kruipt lekker uitgebreid over de pop heen. Moeilijk is het om dit te laten gebeuren, stomme rups, gun die pop zijn rust! Deze gebeurtenis was me niet geheel vreemd; in een boekje van Artis las ik ooit over het wonder van de pop: als er een wesp in de buurt van een pop komt gaat deze bewegen. Dit heb ik ook waargenomen, maar dan met een dikke rups. Het grote mysterie rust hierin: als je de pop openmaakt, is alles wat erin zit een ‘soepje’. Wat veroorzaakt deze beweging? Niemand die er een antwoord op heeft.
Ik ga er een nachtje over slapen,
Suzan
P.s.: Zullen jullie geen poppen meer pesten?